Luxemburg / Verhaallijn

De Shoah in Luxemburg


Deel


Een van de eerste decreten die de Gauleiter publiceerde was de invoering van de antisemitische Neurenberger Wetten op 5 september 1940. Tot oktober 1941 maakten vele decreten het leven voor Joden in Luxemburg steeds moeilijker. Vanaf oktober 1941 brachten zeven transporten de Joden die niet hadden kunnen emigreren naar de kampen en getto's in het oosten.

Op 10 mei 1940 woonden er 3.907 Joden in Luxemburg. De meesten van hen waren geëmigreerd uit Oost-Europa of waren Duits, Oostenrijks en Pools-Joodse vluchtelingen. Ongeveer 1.000 van hen hadden de Luxemburgse nationaliteit.

Op 5 september 1940 voerde Gauleiter Simon de Neurenberger wetten in in Luxemburg na de bezetting door nazi-Duitsland.

Joden moesten tot eind 1940 een volledige lijst van al hun bezittingen inleveren. Gedurende 1941 publiceerde de Gauleiter decreten die hen van hun bezittingen beroofden.

De leefomstandigheden werden steeds beperkter, de plaatsen waar ze mochten komen en de tijden waarop ze boodschappen mochten doen werden beperkt. Tegelijkertijd werden de Joden uitgebuit als dwangarbeiders die werkten in steengroeven en aan de Reichsautobahn (wegennet) in Duitsland.

Vanaf 8 augustus 1940, totdat de Duitsers emigratie verboden op 15 oktober 1941, moedigden ze de emigratie van Joden uit Luxemburg aan. Twintig groepen kregen toestemming om naar de onbezette zone van Frankrijk, België en Portugal te gaan. Meer dan 2.500 Joden verlieten Luxemburg. Veel van deze Joden werden later gedeporteerd naar getto's en vernietigingskampen in bezet Polen.

De Duitsers waren in de zomer van 1941 begonnen met het verzamelen van de Joden en plaatsten hen in het kamp Cinqfontaines, aan een spoorlijn, op een plek die tot 1940 een klooster was geweest. Het kamp werd het punt van waaruit velen van hen werden gedeporteerd naar het Oosten. Het eerste en grootste transport, met ongeveer 323 personen, vertrok echter op 16 oktober 1941 vanuit Luxemburg-stad naar het getto van Litzmannstadt. In totaal werden 658 Joden gedeporteerd in zeven transporten, waarvan het laatste vertrok op 17 juni 1943. Slechts 44 van alle gedeporteerden overleefden. 13 Joodse personen werden individueel gearresteerd en naar concentratiekampen gedeporteerd. Sommige transporten gingen naar Theresienstadt en van daaruit werden de Joden gedeporteerd naar Auschwitz - Birkenau, één transport in april 1942 ging naar Izbica en vervolgens naar het vernietigingskamp Sobibor.

Luxemburg werd judenrein (gezuiverd van Joden), met uitzondering van een paar Joden die waren ondergedoken (zes) of getrouwd waren met niet-joden (70). Al met al werden ongeveer 1.300 van de 3.900 Joden vermoord tijdens de Shoah.