Verhaallijn

​​De Amerikaanse bevrijders van het oostelijke Nord-Pas-de-Calais​

Frankrijk

Deel

​​Amerikaanse troepen bevrijdden het oostelijke deel van de regio Nord-Pas-de-Calais. Ze waren ten oosten van de geallieerde troepenmacht gestationeerd. De Amerikanen hadden maar twee dagen nodig om hun doelen te behalen en Péronne, Cambrai, Avesnes en Valenciennes te bevrijden.​

​​De Amerikaanse troepen hadden zichzelf onderscheiden met de landing in Normandië, waar ze veel verliezen hadden geleden. Ze trokken vervolgens op naar het Noorden, samen met de geallieerde troepen. De Amerikanen waren gestationeerd aan de rechterflank van de bevrijdingsmacht, langs de as Cambrai-Mons. Omdat ze achter het terugtrekkende Duitse leger aan zaten, dat vaak maar een paar kilometer van hen vandaan was, konden ze snel opstomen en de steden in hun gebied in twee dagen bevrijden. Ze bevrijdden Péronne op 1 september, en namen de volgende dag Cambrai, Avesnes en Valenciennes in. Tijdens de inname van Cambrai ontstonden er gevechten. Net toen de geallieerden de stad hadden bevrijd, dook er een Duitse colonne op, waardoor Amerikaanse pantservoertuigen moesten ingrijpen en 30 SS-soldaten werden gedood. Op 2 september werd Maubeuge ingenomen door de derde gepantserde divisie, die ook wel bekend staat als de 'Spearhead'. De Amerikaanse troepen hadden problemen met de brandstofvoorziening, waardoor de Duitse troepen de afstand konden vergroten.

Vervolgens trokken de Amerikanen België in en namen ze op 2 september Mons in.