Verhaallijn

Het Rijnlandoffensief

8 februari 1945 / 24 maart 1945

Nederland

Deel

Het geallieerde Rijnlandoffensief omvatte enkele grootschalige operaties in de laatste maanden van de Tweede Wereldoorlog. De twee hoofddoelen van deze operaties waren het veroveren van het gebied ten westen van de Rijn en het oversteken van de rivier zelf. Als deze operaties succesvol zouden zijn, zou dit de genadeslag betekenen voor de laatste Duitse verdedigingslinie in het westen.

Om een einde te maken aan de oorlog bedacht veldmaarschalk Montgomery het Rijnlandoffensief; een operatie met een enorme inzet aan mankrachten en materieel. Begin februari 1945 werden 500.000 geallieerde soldaten in het gebied rond Groesbeek en Nijmegen bijeen gebracht, samen met 1.000 kanonnen en 34.000 voertuigen. Het werd het grootste offensief dat ooit vanaf Nederlandse bodem werd gelanceerd en de grootste operatie in het noordwesten van Europa.

De geallieerden waren veruit in de meerderheid, maar de Duitse troepen hadden het voordeel van het onvoorspelbare terrein en de slechte weersomstandigheden. In de avond van 23 maart werd operatie Plunder in gang gezet. Deze operatie behelsde het oversteken van de Rijn nabij Wesel, door middel van gepantserde amfibievoertuigen en geïmproviseerde drijvende tanks. Om 7 uur de volgende ochtend begon operatie Varsity, het laatste grote luchtmacht offensief van de oorlog. Hierbij werden twee divisies parachutisten ten oosten van de Rijn vlakbij Wesel, achter Duitse linies gedropt ter ondersteuning van de oversteek. Na het oversteken van de Rijn heersten de geallieerde tankdivisies over het wijde, open terrein van Noord-Duitsland. Het Duitse leger kon daarna geen effectieve verdediging meer opzetten.