Nederland
Markeren
Deel
Route
Deze gereconstrueerde loopgraaf maakte deel uit van de stoplijn op de Grebbeberg en is een voorbeeld van een verdedigingswerk zoals Nederlandse soldaten dat hier in mei 1940 gebruikten. De Grebbeberg was een belangrijk onderdeel van de Grebbelinie, een verdedigingslinie die Nederland moest beschermen tegen een vijandelijke aanval vanuit het oosten. De verdediging van de Grebbeberg was ingericht langs drie lijnen: de voorposten, de frontlijn en de stoplijn.
Omdat het voorterrein voor de Grebbeberg te hoog lag om onder water te zetten, waren daar voorposten geplaatst: een beperkt aantal soldaten die hun stellingen hadden ingenomen in het vlakke land tussen Wageningen en de Grebbeberg, op zo’n anderhalf tot twee kilometer voor de frontlijn. De voorposten, die uit ruim 500 soldaten bestonden, waren de golfbrekers in het verdedigingsplan van de Greb. Zij moesten de vaart uit de Duitse aanval halen, maar werden met de komst van de vijand onder de voet gelopen.
De frontlijn was bedoeld om een hardnekkige verdediging te voeren om de vijandelijke opmars definitief tot staan te brengen. De frontlijn werd gevormd door het Hoornwerk, een eeuwenoud verdedigingswerk aan de voet van de Grebbeberg, door het riviertje de Grift en de oostelijke rand van de Grebbeberg.
De stoplijn die ten westen van de begraafplaats dwars over de berg liep en een relatief zwakke bezetting kende, zou pas in actie komen als groepjes Duitse soldaten door de frontlijn zouden breken. De opdracht aan de soldaten in de stoplijn was dan ook de Duitse vijand weer van de Berg te verjagen.
Het ontbreken van verbindingsloopgraven
Een zwak punt van de inrichting van de verdediging op de Grebbeberg was het ontbreken van verbindingsloopgraven tussen de stoplijn en de frontlijn. De aanvoer van reservetroepen, munitie en voedsel moest daardoor bovengronds gebeuren met alle gevaren van dien, hetzelfde gold voor de afvoer van gewonden.
Bovendien zouden verbindingsloopgraven een belangrijke rol hebben gehad bij de communicatie, bij het doorgeven van bevelen en informatie, een rol die nog belangrijker werd toen de telefoonverbindingen door de aanhoudende artilleriebeschietingen volledig werden vernield.
Een cruciale taak voor de verbindingsloopgraven zou ook zijn weggelegd in geval van een vijandelijke doorbraak van de frontlijn. Door om de tweehonderd meter de stoplijn door middel van een verbindingsloopgraaf met de frontlijn te verbinden zou een blokkenpatroon zijn ontstaan: elk blok gevormd door een stukje stoplijn, een stukje frontlijn en twee verbindingsloopgraven.
Zou de vijand ergens door de frontlijn heen breken dan kon ze binnen een of twee blokken worden opgevangen. Voordeel daarvan zou zijn geweest dat de eigen soldaten de vijand niet alleen vanuit de stoplijn maar ook vanuit de verbindingsloopgraven onder vuur hadden kunnen nemen. De aan drie kanten belaagde vijand zou het dan wel heel zwaar te verduren hebben gekregen en zo mogelijk tot de terugtocht zijn gedwongen.
Zover kwam het dus niet. Het ontbreken van verbindingsloopgraven ontnam het Nederlandse leger de mogelijkheid de Duitse vijand na een doorbraak in de frontlijn in een of meerdere blokken op te sluiten en bood de Duitse troepen de kans na zo’n doorbraak vrij uit te zwermen over de Berg.
Vanuit de stoplijn zette majoor Jacometti op 12 mei met ongeveer 35 man en twee falende mitrailleurs de eerste tegenaanval in om de vijand van de Berg te verdrijven. De groep maakte geen enkele kans tegen een grote Duitse overmacht. Tijdens deze tegenaanval sneuvelde de majoor en met hem een aanzienlijk deel van de door hem aangevoerde soldaten. In de middag van 13 mei bezweek de stoplijn onder de druk van de vijandelijke aanval waarmee de Slag om de Grebbeberg voor Nederland definitief verloren ging.
Inhoud ontwikkeld met onze partner
