Slagveld

De Slag om de Grebbeberg: 11 – 13 mei 1940

Nederland

Markeren

Deel

Route

Om 3.55 uur op 10 mei 1940 overschrijden de Duitse troepen de Nederlandse grens. Wehrmacht soldaten voorafgegaan door het SS-regiment Der Führer, in totaal zo’n 23.000 man, zetten koers richting Grebbeberg. Langs de IJssel en in de Gelderse Vallei staan Nederlandse troepen klaar om de aanval op te vangen. De IJssellinie moet de Duitse opmars vertragen, terwijl de Grebbelinie de vijand tegen moet houden. Na het nodige oponthoud onder meer aan de IJssel en in het Renkums Beekdal bereiken de troepen in de vooravond van 10 mei Wageningen.

De volgende dag, 11 mei, begint met een aanzwellende artilleriebeschieting de Slag om de Grebbeberg. De Nederlandse soldaten in de voorposten, de eerste verdedigingslijn voor de Grebbeberg worden ernstig gehinderd door een gebrekkig schootsveld en wegvallende verbindingen. Ondanks hun hardnekkige tegenstand is in de late namiddag de voorpostenstrook volledig in Duitse handen.

Door de frontlijn bij het Hoornwerk

Op 12 mei zet de SS de aanval in op de Berg zelf. Rond het middaguur breken ze door de frontlijn bij het Hoornwerk, het eeuwenoude verdedigingswerk aan de voet van de Grebbeberg. Daar gaan ze omhoog en komen zo in de rug van de Nederlandse stellingen aan de oostrand van de Berg. In de middag en avond worden vanuit de stoplijn, de laatste verdedigingslijn op de Greb, een aantal Nederlandse tegenstoten uitgevoerd waarin ook in de haast aangevoerde reservetroepen een rol spelen, tegenstoten die mede ook door de ontstane chaos geen enkele kans maken tegen de inmiddels opgebouwde Duitse overmacht.

Vermoeid en hongerig

Op 13 mei gaat de legerleiding voor zijn laatste kans op de Greb. Vier bataljons, afkomstig uit het Land van Maas en Waal en de omgeving van Woudenberg zijn in voorgaande nacht richting Grebbeberg gedirigeerd. Vanuit de omgeving van Achterberg moeten ze opmarcheren naar de stoplijn, zich een weg vechten naar de Grift en zo de frontlijn opnieuw bezetten.

Vermoeid en hongerig gaan de mannen rond 7.00 uur op pad, onbekend met het terrein, de prikkeldraadversperringen en de mijnenvelden. Stafkaarten ontbreken, handgranaten zijn niet uitgereikt. Op artillerieondersteuning kan vanwege het ontbreken van verbindingen niet gerekend worden. Wel krijgen de soldaten van de tegenaanval steeds meer te maken met Duits artillerievuur en ondervinden ze ook hinder van Nederlandse mitrailleurs die niet gekend in de tegenaanval de Nederlanders voor Duitsers aanzien.

De genadeklap

De tegenstand van de SS groeit en rond 12.00 uur loopt de Nederlandse opmars vast. Een uur later komt de genadeklap, 27 Stuka-duikbommenwerpers vallen nagenoeg loodrecht uit de hemel, werpen zware bommen af en nemen het Nederlands aanvalsterrein met hun boordwapens onder vuur. Dit betekent het definitieve einde van de tegenaanval met een wilde vlucht als gevolg.

De stoplijn op de Grebbeberg krijgt het na de mislukte tegenaanval steeds zwaarder te verduren, er vallen meer en meer gaten in deze laatste verdedigingslijn, die in namiddag van 13 mei ophoudt te bestaan. Als het Duitse leger het deels verwoeste Rhenen binnenmarcheert is volstrekt duidelijk dat de Grebbeberg en daarmee ook de Grebbelinie is gevallen.

Tijdens deze strijd komen meer dan 420 Nederlandse en ruim 165 Duitse militairen om het leven.

Inhoud ontwikkeld met onze partner

Adres

Grebbeweg, Rhenen

Infos

info@grebbeberg.nl