Nederland
Markeren
Deel
Route
Voor de verdediging van de voorpostenstrook is het derde bataljon van het 8ste regiment infanterie aangewezen. De ruim 500 soldaten die hier in het geval van een Duitse aanval als golfbreker moeten optreden, staan onder commando van majoor Voigt. Zijn commandopost bevond zich in het weiland tussen de Wageningse Afweg en de N225, de provinciale weg.
De soldaten die hier in de voorpostenstrook sinds september 1939 aan de stellingen werken, zijn over het algemeen slecht opgeleide dienstplichtigen, in ieder geval volstrekt onvoldoende voorbereid op de strijd die zij op die 11de mei moeten voeren. Hun tegenstanders die dag zijn de uitstekend opgeleide en fanatieke SS-soldaten van het regiment Der Führer.
De inundatie die in het noorden de voorpostenstrook begrensde is vlak voor de Duitse inval vanwege een doorgebroken dam een eind teruggetrokken. Daardoor is een droge strook ontstaan die niet door voorbereide stellingen verdedigd wordt. Van dit gat maken de Duitsers dankbaar gebruik om in de verdedigingslinie in te breken.
Aanvallen van opzij en in de rug
In groepen van 35, 40 man vallen ze telkens van opzij en in de rug de geïsoleerde Nederlandse stellingen aan, stellingen die vaak zo gebouwd zijn dat ze alleen verdedigd kunnen worden tegen een vijand die aan de voorzijde opduikt. De Nederlanders moeten het ook wat de bewapening betreft afleggen tegen de SS’ers. De machinepistolen waarover zij beschikken ontbreken aan Nederlandse zijde. Ook kan de Nederlandse artillerie de belaagde soldaten in de voorpostenstrook nauwelijks te hulp komen. Vanwege falende verbindingen is het onduidelijk waarop geschoten kan worden zonder eigen mensen te raken.
In Duitse handen
De aanval op de voorpostenstrook verloopt in eerste instantie van noord naar zuid. Even na het middaguur is de noordelijke helft in Duitse handen. Majoor Voigt vraagt toestemming om terug te mogen trekken op de Grebbeberg. Dat wordt hem geweigerd. Langzaam wordt nu ook het zuidelijk deel van de voorpostenstrook opgerold. De commandopost van Voigt komt in de namiddag in het vizier van de Duitse troepen. Voigt schrijft daar over: ‘Wegens opdringen van de vijand, opdracht verstrekt alle berichten, kaarten, bescheiden in loopgraafkacheltjes te verbranden. Ongeveer 16.00 uur werd de commandopost omsingeld, na tevoren onder artillerievuur genomen te zijn. Te 16.30 uur tegenstand opgegeven, toen de uitgangen van de commandopost onder vijandelijk mitrailleurvuur lagen en verdere tegenstand tot niets meer diende en nutteloos was’.
De overgave
Soldaat Peters is getuige van de overgave, hij vertelt: “De Duitsers stonden bij de ingang en riepen ‘Höllander, heraus’. Dat deden we. Majoor Voigt vroeg me of ik zijn koffertje wílde dragen. Ik dacht: laat ik dat maar doen, want bij zo’n hoge ome in de buurt heb je meer kans er goed doorheen te glippen dan bij de papjannen”. De mannen van de commandopost worden richting Wageningen gedreven. “Juist toen we Wageningen inkwamen kregen we een salvo van een mitrailleur uit het voorterrein. De man naast me kreeg een kogel door de kop. Verschillende anderen vielen ook”.
Wat later wordt Peters met een vijftal kameraden gedwongen een stuk Duits veldgeschut naar de Grebbeberg te trekken. Ze komen terecht in het kruisvuur tussen enerzijds de Duitsers die zich dekken in de greppel achter hen en aan de andere kant de Nederlandse soldaten op de Berg. Peters voelt de kogels striemen langs zijn hoofd en vreest dat dit het einde betekent. Maar hij heeft geluk. Uiteindelijk mogen ze het stuk laten staan en met de handen in de nek marcheert hij bij het slagveld vandaan.
Inhoud ontwikkeld met onze partner
