Verhaal

Twee broers op de vlucht

Nederland

Markeren

Deel

Route

Juli 1943 kregen twee broers uit de omgeving van Godlinze een oproep om zich te melden bij het Gewestelijk Arbeidsbureau in Groningen. Ze zouden als arbeiders worden ingezet om in Duitsland te gaan werken voor de nazi’s. Voor de broers was meteen duidelijk dat ze niet wilden gaan. Ze wilden de Duitsers niet helpen en besloten samen om uit handen te blijven van de Duitse politie en de NSB.

Juli 1943 kregen twee broers uit de omgeving van Godlinze een oproep om zich te melden bij het Gewestelijk Arbeidsbureau in Groningen. Ze zouden als arbeiders worden ingezet om in Duitsland te gaan werken voor de nazi’s. Voor de broers was meteen duidelijk dat ze niet wilden gaan. Ze wilden de Duitsers niet helpen en besloten samen om uit handen te blijven van de Duitse politie en de NSB.

In het begin doken de broers nog niet volledig onder. Ze sliepen vooral bij familie of bekenden, omdat de Duitsers, landwachters en NSB’ers vooral ’s nachts actief waren. Maar het gevaar kwam steeds dichterbij. Op een zaterdagavond werden ze in Spijk bijna ontdekt door een Duitse patrouille. Ze wisten weg te komen, maar hun fietsen werden wel gevonden. Later kregen ze bezoek van de Grenzschutz uit Roodeschool, maar ook toen waren ze gelukkig niet thuis. (Grenzschutz = grensbewaking)

Vooral tijdens de grote razzia (een georganiseerde jacht op een specifieke groep mensen om hen op te pakken) van 16 februari 1944 werd hun situatie levensgevaarlijk. De broers waren op dat moment in de buurt van Godlinze. Toen ze een Gestapo-auto zagen naderen, deden ze alsof ze aan het werk waren. Daarna vluchtten ze het open veld in. De Duitse agenten schoten op de broers, maar ze kenden het terrein goed. Door sloten, kou en modder wisten ze te ontkomen. Urenlang bleven ze buiten, nat en verstijfd.

Hierna zochten de broers een schuilplaats onder de betonnen vloer van een schuur. Via een rooster kon water wegstromen, zodat de locatie goed verborgen bleef. Toch bleef het gevaar bestaan, want bij nieuwe huiszoekingen moesten ze zich verstoppen in het land of in kleine schuurtjes. Hun familieleden hielpen mee door rustig te blijven tegenover de Duitsers en hen op het verkeerde spoor te zetten.