Verhaal

De verdwenen Joodse gemeenschap van Delmenhorst

Duitsland

Markeren

Deel

Route

De Stolpersteine aan de Bremerstrasse 1 in Delmenhorst gedenkt de familie Samuels, die hier een juwelierszaak had. Hun levensverhaal weerspiegelt het lot van de Joodse gemeenschap in de stad, die vanaf 1933 steeds verder werd uitgesloten, opgejaagd en vernietigd. Uiteindelijk bleef er na 1940 geen enkele Joodse inwoner meer over in Delmenhorst.

De Joodse gemeenschap van Delmenhorst groeide sinds 1875 gestaag en telde in 1933 zo’n 165 mensen. Een van de families die zich hier vestigde, was de familie Samuels. Julius en Gertrude Samuels kwamen oorspronkelijk uit Argenau, een stad die na de Eerste Wereldoorlog tot Polen behoorde. Ze verhuisden naar Delmenhorst, waar zij op Bremerstrasse 1 een juwelierszaak overnamen en met hun drie kinderen een nieuw leven begonnen.  

Hun oudste zoon Heinz behaalde in 1932 zijn doctoraat in rechten aan de universiteit van Rostock, maar het werk als jurist werd hem daar onmogelijk gemaakt. Hij vluchtte naar Bromley in Engeland, waar hij aan het begin van de oorlog werd geïnterneerd. Nadat hij vrijkwam trouwde hij en bleef hij in Engeland. Dochter Ruth vertrok naar Zuid-Amerika en overleefde net als Heinz de oorlog. Het echtpaar Julius en Gertrude en hun jongste zoon Kurt vluchtten in 1935 naar Nederland, waar zij in Amsterdam aan de Geulstraat woonden en werkten als horlogemakers.  

De opkomst van het nationaalsocialisme vanaf 1933 bracht een golf van antisemitisme met zich mee. In Delmenhorst werden Joodse winkels geboycot, Joden uitgesloten van het maatschappelijk leven en werden Joodse bezittingen geconfisqueerd. Het antisemitisme bereikte een nieuw hoogtepunt in de Kristallnacht van 9 op 10 november 1938. In Delmenhorst werd tijdens een toespraak op de Burg-Insel opgeroepen tot het in brand steken van de synagoge en het vernielen van Joodse eigendommen. Diezelfde nacht werd de opheffing van de zaak van de familie Samuels, genaamd Helvetia Uhren, aangekondigd.  

In Nederland leek het gezin Samuels in eerste instantie veilig. In juni 1942 plaatste Gertrude nog een advertentie in het Joods Weekblad ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van haar man als horlogemaker. Maar ook in Nederland werden ze uiteindelijk vervolgd. Zoon Kurt stierf op 30 september 1942 in Auschwitz. Het echtpaar Julius en Gertrude werd op 29 juni 1943 vanuit Westerbork gedeporteerd naar Sobibor, waar zij op 2 juli 1943 zijn omgebracht.  

De familie Samuels is een van de vele voorbeelden van het lot van Joodse inwoners van Delmenhorst. In 1938 telde de gemeenschap nog ongeveer 60 Joodse mensen. Aan het eind van 1939 waren ze vrijwel allemaal verplicht vertrokken of gedeporteerd. De Stolpersteine in Delmenhorst herinneren nu nog aan deze geschiedenis en aan de mensen die daar ooit leefden en werkten.