Duitsland
Markeren
Deel
Route
Terwijl grote delen van Nederland al zijn bevrijd, vielen er in de laatste oorlogsweek nog dodelijke slachtoffers in Leer. Vijf Groningse verzetsstrijders werden gearresteerd en met een schijnproces geëxecuteerd in opdracht van Willi Herold, bekend als de Beul van Emsland.
Op 21 april 1945 was een groot deel van de provincie Groningen al bevrijd door Canadese troepen. Toch was de oorlog in de grensstreek met Duitsland nog niet voorbij. In opdracht van de Binnenlandse Strijdkrachten vertrokken vijf Groningse verzetsmannen - Kornelis Fielstra (38), Johan Kok (46), Johannes Verbiest (36) en Carolus Magermans (50) en zijn 23-jarige zoon - in buitgemaakte Duitse voertuigen richting de grens bij Nieuweschans. Hun missie: landgenoten ophalen die verzwakt terugkeren van de verplichte Arbeitseinsatz in Duitsland.
De mannen bereikten hun doel niet. Vlak voor de grens werden zij gearresteerd op verdenking van spionage en werden ze overgebracht naar het stadhuis van Leer. In dezelfde stad verbleef op dat moment Willi Herold, een jonge Duitse militair die zijn eenheid was kwijtgeraakt en zwervend door het land een compleet uniform met onderscheidingen van een Luftwaffe-officier had gevonden. Zo’n dertig andere loslopende militairen hadden zich bij hem aangesloten, gelovend in zijn rang. Ze trokken samen moordend en plunderend door het land, waardoor Herold uiteindelijk terechtkwam in Leer.
Vanwege zijn brute optredens draagt hij de bijnaam 'Beul van Emsland’.
In een poging indruk te maken op de plaatselijke burgemeester greep Herold de kans aan om zijn macht te tonen. Hij eiste de vijf Nederlandse verzetsgevangenen op en organiseerde op 25 april 1945 een schijnproces in de tuin van Gasthaus Schutzengarten in Leer. De rechtszaak duurde slechts tien minuten. Alle vijf de mannen werden ter dood veroordeeld. Nog diezelfde dag werden ze naar een plek buiten de stad gebracht, waar zij hun eigen graf moesten graven. Daar werden ze geëxecuteerd.
Een dag na de executie werd Willi Herold gearresteerd in de Duitse stad Aurich. Tijdens het verhoor bekende hij openlijk zijn daden, maar werd hij door de chaos van de laatste oorlogsdagen per vergissing vrijgelaten. Pas later werd hij opnieuw opgepakt door de Royal Navy, nadat hij was betrapt op het stelen van een brood. In 1946 werd hij alsnog berecht, veroordeeld tot de doodstraf en in november dat jaar met de guillotine gedood.