Duitsland
Markeren
Deel
Route
Jakob de Jonge werd geboren in 1874 in Weener, net over de grens bij Bunde. Als technisch ondernemer trok De Jonge klanten uit de hele regio naar zijn machinehandel. Ondanks zijn inzet voor Duitsland in de Eerste Wereldoorlog, werd hij toch door het naziregime vervolgd vanwege zijn Joodse afkomst. De Jonge werd tweemaal gearresteerd en dook uiteindelijk onder met zijn gezin in Nederland.
Jakob de Jonge werd in 1874 geboren in een Joodse familie. Hij had veel interesse in techniek en opende in zijn geboorteplaats Weener een werkplaats voor fietsen, naaimachines en landbouwmachines. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak in 1914, meldde Jakob de Jonge zich vrijwillig aan bij het Duitse leger. Hij beschouwde het als zijn plicht het vaderland te dienen en ontving hiervoor een eremedaille.
Een aantal jaar na zijn terugkomst van het front breidde Jakob de Jonge zijn bedrijf verder uit. Hij verkreeg het dealerschap voor auto’s en motoren en bouwde een groot netwerk op. Klanten uit de hele regio kwamen naar zijn bedrijf. Lange tijd werd hij, mede dankzij zijn niet-Joodse klanten, ontzien van het toenemende antisemitisme. Dat veranderde in 1933, toen de NSDAP aan de macht kwam. Vanaf dat moment kreeg ook de familie De Jonge te maken met bedreigingen en pesterijen. Jakob de Jonge kreeg het als Joodse ondernemer in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog steeds moeilijker.
Op 28 juli 1933 werd Jakob de Jonge gearresteerd op beschuldiging van schadelijke zakelijke handelingen tegenover het Duitse volk. Hij werd overgebracht naar strafkamp Börgermoor, waar hij zwaar werd mishandeld in barak 11. In juni 1934 werd hij vrijgelaten. Tijdens de Kristallnacht in 1938 werd hij opnieuw gearresteerd en voor een korte tijd vastgehouden in concentratiekamp Sachsenhausen. Vijf dagen na zijn arrestatie kwam De Jonge weer vrij.
Na deze tweede arrestatie besloot Jakob de Jonge met zijn gezin Duitsland te verlaten. Ze vestigden zich in Leeuwarden. Toen zijn zoon Heini op 20 augustus 1942 een oproep kreeg om zich te melden voor deportatie naar kamp Westerbork, dook het gezin onder in Friesland. Eerst doken ze onder in Heerenveen en later in IJlst. Ruth, de dochter van Jakob de Jonge, dook niet onder bij de rest van het gezin. Onder de schuilnaam Annie Klarendijk trok zij met valse identiteitspapieren in bij het gezin Van den Helm in Leeuwarden. Ruth sprak goed Duits, was onverschrokken en had geen opvallend Joods uiterlijk. Een reden voor Krijn van der Helm om haar te betrekken bij zijn verzetswerk voor de Knokploeg (KP).
Het hele gezin overleefde de Tweede Wereldoorlog. Jakob de Jonge keerde niet meer terug naar Duitsland. In een brief uit september 1946 schreef hij aan een vriend: “Ik lijd erg onder de gevolgen van drie jaar onderduiktijd en ben voor de huisarts een proefkonijn.” Zijn arts kon hem naar eigen zeggen “niet meer bij elkaar rapen”. Hij vervolgt de brief met: “Ik ben te oud en mijn binnenste organen hebben flink geleden.” Ruim een halfjaar later, in juni 1947, overleed Jakob de Jonge op 73-jarige leeftijd.
Adres
Süderstraße 3