Plaats van belang

Station Zuidbroek

Nederland

Markeren

Deel

Route

Station Zuidbroek was de laatste Nederlandse halte voordat deportatietreinen vertrokken naar concentratie- en vernietigingskampen. Op dit station stonden de treinen soms wel twee uur stil. Terwijl Duitse soldaten de wacht hielden, probeerden gevangenen met kaartjes contact te maken met de buitenwereld.

Van juli 1942 tot half september 1944 vertrokken vanuit Nederland 97 treinen met in totaal bijna 107.000 Joden, verzetsstrijders en Sinti en Roma naar concentratie- en vernietigingskampen zoals Auschwitz, Sobibor, Bergen-Belsen en Theresienstadt. Vrijwel al deze treinen passeerden station Zuidbroek, gelegen tussen Westerbork en de Duitse grens. Op het station moesten de treinen wachten op een tegenligger uit de richting Winschoten of om water bij te tanken. Die wachttijd kon oplopen tot wel twee uur.  

Eerst wisten veel omwonenden niet wie er in de treinen zaten. De wagons waren gesloten veewagons. Daarachter volgden passagiersrijtuigen met vrouwen, kinderen en Duitse militairen. Ook op de daken van de veewagons bevonden zich hokjes met Duitse soldaten. De aanblik van de lange goederentreinen deed vermoeden dat het ging om Poolse krijgsgevangenen. Contact met mensen in de trein was niet mogelijk. Ze waren niet zichtbaar en Duitse soldaten patrouilleerden langs de spoorbaan. Ooggetuigen zoals mevrouw Olthof-de Vries en Johan Heis, die opgroeide op een boerderij nabij het station, spraken later over hun ervaringen. Mevrouw Olthof herinnerde zich dat ze tijdens het werk op het land geschreeuw en gegil hoorde vanuit de wagons, maar niet kon ingrijpen. Ze voelde zich machteloos. Van een bekende had ze gehoord dat er Joden in de trein zaten en dat zij naar Lunenburg werden gebracht om daar te werken. De ware bestemming en het lot van deze mensen werd mevrouw Olthof na de oorlog pas bekend. 

Toch probeerden de gevangenen soms contact te maken met de buitenwereld. Vlak voordat de trein weer in beweging kwam, werden kaartjes uit de wagons gegooid. In Westerbork hadden ze die kaartjes gekregen als zogenaamd ‘vakantiebewijs’, bedoeld om de schijn van normaliteit op te houden. Kinderen uit de omgeving verzamelden deze kaartjes en gooiden ze in de brievenbus. Een aantal van deze kaartjes is vandaag de dag te zien in het Herinneringscentrum Kamp Westerbork.  

Later in de oorlog werd het gebied rondom het spoor beter bewaakt en mochten mensen niet meer in de buurt komen, omdat het te gevaarlijk zou zijn. Vanaf dat moment werd de spoorlijn beveiligd door jonge soldaten die waren ingekwartierd in het station.