Verhaal

De verovering van de Broeksbrug Apeldoorn

Nederland

Markeren

Deel

Route

Het Hastings and Prince Edward regiment deed in de vroege ochtend van 14 april een poging om de Broeksbrug in te nemen. De brug vloog voor hun ogen de lucht in. De volgende dagen versterkte het bataljon zijn positie in afwachting van een noodbrug. Diverse patrouilles vonden plaats en er vielen doden. Op 17 april trokken ze Apeldoorn binnen richting Paleis het Loo.

Nadat het Hastings and Prince Edward regiment op 13 april Teuge innam vochten ze door naar de Broeksbrug. In de vroege ochtend van 14 april viel D-compagnie samen met de commandant Luitenant-Kolonel Renison en tanks een aanval uit. Om 05:15 bereikte een voorhoede van de Broeksbrug, tot 50 meter. Toen vloog de brug toch voor hun ogen de lucht in. Het bataljon nam positie in ten oosten van de brug. De volgende dagen versterkte het bataljon zijn positie in afwachting van een noodbrug en het zuiveren van oost-Apeldoorn door de 48th Highlanders en het Royal Canadian Regiment.

Er werden in de tijd diverse patrouilles gelopen en er werden meer dan honderd Duitsers gevangengenomen. Duitse sluipschutters schoten vanuit de Teresiakerk en met een 88mm kanon vanaf de Tol. De toren van de Teresiakerk werd vervolgens onder vuur genomen door de Canadezen met als resultaat 'knocked out'.

Soldaat Carl Doonan raakte tijdens een beschieting gewond, hij overleed later op 18 april in een hospitaal aan zijn verwondingen. Rond middernacht 15 op 16 april, kreeg een vooruitgeschoven Canadese positie in een schuur aan de Anklaarseweg 141 een voltreffer van een Duitse mortiergranaat. Vijf Canadezen raakten gewond en sergeant Harry Brott en soldaat William (Bill) Martinsen sneuvelden. De pater van het regiment, kapitein Goforth, schreeft het volgende aan de vader van Martinsen:

,,It is quite impossible for me to put into words just how badly we all feel about Bill. He and a number of their lads were asleep in a barn when the building received a direct hit by a shell, and your son and his platoon sergeant were killed instantly. It will be of some relief to you to know he did not suffer at all. I have known Bill ever since he came to the unit. He was one of the best, everybody thought so. Kind and considerate to his comrades, strong and fearless in action –this is how we shall remember him. They’re proud to think he was one of us. It is men like Bill, who in their quiet, steady, pleading way, without any publicity are winning the war. Whenever I see men like this go, I pray that God will deal gently and generously with them as I know he will. It was my privilege to conduct the service for your son. The Colonel and a large number of our men were present to do him honor. We have our own little regimental cemetery where all the lads from this unit who have given their lives in the liberation of this country are laid to rest. The cemetery is being well looked after and the Dutch people have planted flowers on the graves. My sincere prayer is that God may comfort and sustain you in your great loss. With kindest regards, John Frederick Goforth, Padre.”

In de loop van de nacht werd een brug geplaatst door de genie en op 17 april trokken ze Apeldoorn binnen richting Paleis het Loo.