Verhaal

NSB’ers en Engelse ziekte

Nederland

Markeren

Deel

Route

Grolloo kende armoede in de crisisjaren. Het verhaal van de NSB was een verhaal vol belofte. Veel mensen werden hierdoor aangetrokken, ook in Grolloo. De NSB was een politieke groepering. Je had foute, maar ook zeker goede NSB’ers. Dat speelde ook een rol bij de bevrijding. Dankzij het verzet wisten de Canadezen en Franse para's bij wie ze wel en niet konden aankloppen. Door de ogen van Bé van der Wal wordt duidelijk hoe daar in het dorp mee om werd gegaan.

De familie Van der Wal woonde in de oorlog tussen de melkfabriek en het dorp aan de Schoonloërstraat. Vanuit daar was er vrij zicht naar het Grollerholt waar de Canadese bevrijders vandaan kwamen. Maar ook richting Kamp Westerbork vanwaar met zoeklichten werd gezocht naar de gedropte Franse parachutisten. 

Bé van der Wal deed na de oorlog verslag van wat hij had gezien en gehoord. Een samenvatting: Het dorp kende veel NSB’ers door de heersende armoede. Dat gold voor veel meer Drentse dorpen. In Grolloo waren de contacten met de meeste NSB’ers nooit ‘botsend’. Wandelend na spertijd (20 uur) werd de hoofdmeester van de school en zijn gezin door de landwachters – onderdeel van de NSB – niet staande gehouden. Men had respect en een hoofdmeester had gezag. De – met losse flodders - in de lucht schietende landwachters hadden veel branie, maar dat zou hun later wel vergaan. 

Bij een boer, vriend van de hoofdmeester, werd een bord aan de buitenmuur gehangen met de tekst “Pas op, Engelse Ziekte”. Het was bekend dat de boer fel anti-NSB'er was. Hierop vroeg de boerin zo snel mogelijk daarna aan passerende NSB’ers of ze de dokter wilden waarschuwen, vanwege deze besmettelijke ziekte. 

In de namiddag van de 12de april 1945 was Grolloo grotendeels bevrijd. Na de bevrijding is een aantal NSB’ers uit het dorp op een boerenwagen gezet om ze af te voeren naar kamp Westerbork, dat inmiddels ook was bevrijd.  

Toen in 1955 de 10-jarige vrijheid  werd herdacht vroeg  een van de vroegere NSB’ers: "Dan moet wij morgen zeker weer op de wagen?" Dat laatste is niet gebeurd, maar bij degenen die in het dorp is geboren – laten we zeggen de eerste 25 jaar na de oorlog – is nog steeds bekend welke families lid zijn geweest van de NSB.