Verhaal

Ondanks alles, toch overleefd: moeder Roosje en dochter Ali

Nederland

Markeren

Deel

Route

Verhaal van Joodse Meppelers, die als een van de weinigen overleefden. In dit geval moeder Roosje en dochter Ali. Vader Bram haalde de bevrijding helaas niet .

Bram  Wolff en zijn vrouw Roosje Kleermaker woonden samen met hun dochter Alie in de Woldstraat op nummer 6. Een goed florerende textielzaak, waarbij  de immer goed gemutste Abraham een groot deel van de dag was te vinden. Dochter Ali zat op de MULO in de oorlogsjaren. Werd pas echt met de Nazi doctrine geconfronteerd, toen ze de beruchte J in haar persoonsbewijs moest laten stempelen: ze kende ambtenaar Tinus Koster goed en verzuchtte later dan ook: ”Kon hij dat nou gewoon niet doen?“. 

Tijdens haar schriftelijk examen voor haar MULO-diploma in Zwolle was het de gewoonte om de meegebrachte boterhammen in de pauze op te eten in een naastgelegen café. Ali moest buiten eten, zij mocht er niet in! Vader Bram zag de bui aankomen en had voor de winkel hem werd afgenomen, enig geld bij een niet Joodse bekende gestald. Wel meldde hij zich voor een Joods werkkamp en kwam ook terecht in Westerbork, van waaruit hij gedeporteerd is naar Sobibor en later vermoord.  

Ali en moeder Roosje doken onder in Staphorst bij de familie Pauptit en zagen daar 13 april 1945 de Canadese bevrijders op weg naar Meppel in de straat verschijnen. 

Author: Wim Sagel